Auteur: Ivo van der Mark

Met een gemiddelde leeftijd van 77 jaar oud heb je 4.000 weken om er iets van te maken, zo start schrijver Oliver Burkeman zijn boek. Een confronterend begin, maar de strekking is direct duidelijk: tijd is de meest pure vorm van schaarste die je je als mens kunt voorstellen. Zeker in een druk leven. Ondertussen kampen we met allerlei andere vormen van te weinig en te kort. Ik zie in de verte echter ook een kans voor de bouwsector om met minder toch méér te realiseren.

Personeel. Grondstoffen. Gas. Eén miljoen woningen. Een ogenschijnlijk willekeurig rijtje dat ons voor grote vraagtekens zet. Omdat we onmiskenbaar in een nieuwe fase zijn aanbeland in de geschiedenis. Een harde breuk met de consumptiemaatschappij. Schaarste, dat kennen we in onze westerse wereld bijna niet. Hooguit een tekort aan geld, maar verder?

En toch is de nieuwe waarheid dat wanneer twee personeelsleden ziek zijn op een ochtend in mei de Ketheltunnel bij Schiedam in twee richtingen wordt gesloten. En dat het hele zuidwesten van het land daarna in alle vroegte muurvast staat. Of wat te denken van vakantiegangers die voor “Vertrek” buiten in de regen moeten wachten, omdat Schiphol te weinig personeelsleden heeft om de toestroom van koffers te verwerken. Dat aan KLM wordt gevraagd om vluchten te schrappen.

Voor wie denkt dat dit het voor eventjes is, stop met dromen. De wereld is veranderd. Niet alles is meer te koop met voldoende geld. Ik denk dat dit nog maar het begin is. Schaarste heeft vele, nieuwe vormen aangenomen en gaat voor nog veel meer verandering zorgen. We gaan naar een tijdperk toe van “minder”, van “rantsoeneren” en “bewust circulair”. En dat vraagt om een nieuwe kijk.

Er ligt een grote kans in de uitdaging die op ons wacht. We kunnen als land niet meer ongelimiteerd produceren en consumeren en zullen noodzakelijkerwijs moeten veranderen naar minder gebruik van nieuwe materialen. Uit onderzoek is gebleken dat het in nieuw- en verbouw mogelijk is om door te groeien tot 30 procent circulaire producten en 30% biobased aangevuld met virgin materials. Hiervoor moeten we als marktpartijen integraal gaan kijken naar realisatie, exploitatie en herontwikkelingspotentieel van vastgoed. Een kans die past bij de circulaire visie die Janssen de Jong Groep een aantal jaren geleden heeft ontwikkeld en nu al terugziet in concrete projecten.

Dat is de winst die we hoe dan ook kunnen behalen met elkaar. Er is geen andere weg.

Mensen zijn die noodzaak in een paar maanden gaan begrijpen, simpelweg omdat producten en diensten minder voorradig zijn en prijzen razendsnel zijn gestegen. Een goed voorbeeld is een consument die vroeger een auto kocht en nooit lette op 1-op-12 of 1-op-16. Maar nu dat pijn doet in de portemonnee en mensen zich steeds bewuster worden van hun eigen duurzame keuzes, zie je dat het niet langer om een mooie auto gaat, maar om een zuinige, met minder co2-uitstoot. Of eentje waarbij de fabrikant chips uit oude koelkasten haalt, zodat de levertijd minder dan twee jaar is.

Schaarste leidt tot een nieuwe creatieve kijk.

In de bouwsector zie ik een soortgelijke verandering, waar schaarste de katalysator is van nieuw denken. Klanten stellen vragen over de exploitatiekosten van een pand. Het ontwerp van een gebouw wordt meer toegespitst op de invloeden van buitenaf om te voorkomen dat er bijvoorbeeld in de winter nog steeds gekoeld moet worden, terwijl het buiten vriest. Klanten willen steeds vaker toe naar een total cost of ownership en zijn bereid daar meer voor te betalen bij de realisatie.

Daarmee kopen ze zekerheden in (en in sommige opzichten risico’s af). En daar moeten wij marktpartijen adequaat op antwoorden, daar kunnen wij in de bouwbranche niet voor weglopen.

Schaarste zet ons als sector op scherp. We begrijpen steeds beter dat het fout is om gebouwen te bouwen voor 50 jaar, die na 35 jaar alweer gesloopt worden, omdat er onvoldoende is nagedacht over de toekomst. Hadden we dat wel gedaan? Dan had zo’n gebouw 100 jaar, met welke veranderende functie dan ook, courant kunnen blijven. En is dat gebouw ook goed te oogsten als circulair bouwmateriaal.

Met Janssen de Jong Groep nemen we het voortouw in die duurzame gedachte. We dagen studenten uit om – net als met LEGO – na te denken over het tweede leven van een gebouw nog voordat die voor de eerste keer gebouwd is. Ook onze Janssen de Jong-medewerkers worden in dat perspectief uitgedaagd. En zo ontstaan er nieuwe vragen: wat is het verbruik van een pand? Voor hoelang wordt het in deze functie gebruikt? Hoe zit het met de co2-belasting op de bouwmaterialen en waar komen ze vandaan? Is het gebouw demontabel? Zijn de demontabele onderdelen ook her-toepasbaar?

Dat klinkt als een theoretische discussie van her-toepasbaarheid van demontabele producten, maar dat is het niet. Dit levert juist nieuwe discussies op in de branche. Bijvoorbeeld met architecten, die vaak iets unieks willen maken, terwijl in een tijdperk van schaarste uniformiteit misschien wel veel meer waarde heeft.

We moeten dat als sector samen verder vorm gaan geven. Want er rijzen elke dag nieuwe vormen van schaarste. Een co2-taks hangt boven de markt. We weten dat we één miljoen woningen moeten bouwen, maar weten ook dat de overheid geen personeel heeft om procedures van bestemmingsplanwijzigingen en omgevingsvergunningen snel op te pakken. En dat een woningbouwproject een doorlooptijd heeft van zeven tot tien jaar.

We zullen als BV Nederland samen moeten optrekken. Niet halfslachtig, maar meer de vastgoedcirkel sluiten met oplossingen in ons eigen land. Dan creëren we een oplossing waarbij we meer invloed hebben op onze eigen markt en minder afhankelijk zijn van de wereldmarkt en geopolitiek. Dan zijn de volgende generaties ook beter bestand tegen tekorten, in een duurzamere wereld waar Nederland in navolging van onder andere Noorwegen een voortrekkersrol neemt.

Terug naar het heden. Met mijn hoofd vol schaarste en kansen om dit om te zetten in iets moois, werd ik dus gewezen op dat boek van Oliver Burkeman. Die 4.000 weken die we gemiddeld leven. Best even schrikken als je er bij stil staat. Als je je bedenkt hoe zuinig we moeten zijn met alles wat er voorbij komt en dat de tijd die verstrijkt niet ingehaald kan worden.