download mega-arrow-down facebook twitter linkedin youtube ontwikkelende_bouwer apartment palm-trees
Contact |

In de pers: Hans Smits is klaar bij bouwer Janssen de Jong in Son, op zijn 70e gaat hij weer studeren

13.01.20

Eindhovens Dagblad publiceerde op 12 januari jl. onderstaand interview met Hans Smits.

SON/ROTTERDAM - Hans Smits neemt komende week afscheid als topman van bouwer Janssen de Jong. Na een indrukwekkende loopbaan wil de 69-jarige bestuurder weer studeren.

Het is even een ander uitzicht, beaamt Hans Smits. Het hoofdkantoor van Janssen de Jong Groep op Ekkersrijt in Son heeft hij  verruild voor de bestuurskamer van de Erasmus Universiteit in Rotterdam. Smits kijkt uit op de fraaie waterpartij van de universiteitscampus.

Interim-voorzitter van het college van bestuur van de Rotterdamse universiteit is hij sinds 1 december. Nog voordat hij was vertrokken als topman van bouwconcern Janssen de Jong, waar Smits nog 'samen opliep’ met zijn per 1 januari benoemde opvolger Ivo van der Mark. Bij de universiteit hoopt hij rond de zomer de fakkel over te dragen aan een opvolger.

U past hier in de tussentijd op de winkel?

,,Nee, daarvoor zouden ze me niet gevraagd hebben. Er moeten hier de komende tijd heel wat beslissingen worden genomen. Daarvoor is het goed om met drie mensen in het bestuur te zijn. Ik ken de universiteit goed. Ik heb er jarenlang in de raad van toezicht gezeten en zelf ook nog gestudeerd."

U nam afscheid van Janssen de Jong om het rustiger aan te gaan doen. Is dit uw laatste bestuurdersklus?

,,Normaal gesproken wel. Al weet je nooit wat er op je af komt. Ik ben op een leeftijd dat jongeren dit net zo goed kunnen.”

Ervaring is toch belangrijk? Kijk naar Dick Advocaat, die als 72-jarige nog trainer is van Feyenoord.

,,Ha, ha. Gelukkig! Ik ben Feyenoord-fan. Maar je moet gezond kunnen blijven. En mensen moeten je nog willen hebben.”

Hagenaar Hans Smits kan bogen op een indrukwekkende carrière. Hij was hoogste ambtenaar van het ministerie van Verkeer en Waterstaat en topman van onder meer Rabobank, Schiphol en Havenbedrijf Rotterdam. Bij Janssen de Jong was hij aanvankelijk voorzitter van de raad van commissarissen. Toen het bedrijf in moeilijkheden raakte, nam hij op 63-jarige leeftijd plaats op de bestuursstoel. Voor twee jaar was de bedoeling. Het werden er zes. Smits reorganiseerde, sneed in kosten, verving management, zorgde voor omzetgroei en herstel van winstgevendheid. Janssen de Jong noteert een winstmarge van 3,5 procent en dat kan lang niet elke bouwer zeggen.

U heeft Janssen de Jong in veilige haven geloodst. Plannen voor overnames of het vinden van een partner zijn niet gerealiseerd. Was de klus wel af?

,,Op de winstgevendheid zoals we die met elkaar hebben weten te bereiken ben ik trots. In die zin staat het bedrijf. Ik had kleine acquisities willen doen, met name op het gebied van onderhoud en beheer van woningen. We hebben wel gesproken met een bedrijf, maar daarvoor werd de hoofdprijs gevraagd. Het is jammer dat dit niet is gelukt.”

Is wel naar een grote partner gezocht?

,,We hebben wel geroken aan grotere bedrijven voor het sluiten van een strategische alliantie, maar dat is niet mogelijk gebleken. Ook hebben we gesproken met financiële investeerders. Daarvan zijn we gauw teruggekomen. Ze hebben heel hoge rendementseisen en zorgen voor schulden. We hadden zo'n partij ook niet nodig. We zijn een gezond bedrijf. Op de normale bankfinanciering na hebben we geen schulden meer.”

U heeft gewerkt voor een ministerie, in de financiële sector, in de haven en in de luchtvaart. Wat heeft u geleerd van de bouw?

,,Ik ben aangenaam getroffen door de trots van de mensen die er mee bezig zijn. Vooral in de uitvoering. Ik zat vaak om 7 uur, kwart over 7 met koffie in de bouwkeet. Daar krijg je energie van. Er is als gevolg van alle procedures geen bouwwerk in Nederland dat op tijd kan beginnen. De uitvoering maakt goed wat in de voorbereiding is fout gegaan. Met groot improvisatievermogen en hard werken. Het gaat altijd over kostenoverschrijdingen in de bouw, maar er gebeurt zo ongelooflijk veel goeds. Dat wordt nooit benadrukt.”

Smits blijft bij Janssen de Jong betrokken. Met ingang van 1 juli wordt hij weer commissaris. Als een soort verbindingsofficier tussen de nieuwe directie die hij van afstand ‘met raad en daad’ wil bijstaan en zijn twee mede-aandeelhouders en oud-directieleden Pieter van Gulik en Eric Krul.

Voor de verdere invulling van zijn tijd heeft hij een opmerkelijk voornemen. Op zijn 70e gaat hij weer studeren. Promotie-onderzoek doen aan zijn ‘eigen’ Erasmus Universiteit. Onderwerp van studie: hybride, publiek-private organisaties die het algemeen belang dienen op afstand van de overheid. Waarom gaat het daar regelmatig fout, zoals recent bij het Amsterdamse afvalverwerkingsbedrijf AEB en het Centraal Bureau voor Rijvaardigheidsbewijzen?

Waarom wilt u daar onderzoek naar doen?

,,Ik wil me verdiepen in een vraagstuk wat me al jaren bezighoudt. Het is nieuwsgierigheid, willen uitzoeken. Ook iets willen doorgeven aan de samenleving. De rol van de overheid is te veel teruggetrokken. Kijk naar de woningbouw. Regionale directies volkshuisvesting zijn verdwenen. Gemeenten hebben niet meer de deskundigheid om wijken te ontwikkelen. Ik voorzie een stuk revival van het strakker regisseren van maatschappelijke vraagstukken.”
De woningnood is Smits al jaren een doorn in het oog. Hij brak eerder een lans voor versnelling van bouwplannen met onorthodoxe maatregelen. Voor nieuwe wetgeving, om corporaties in meerdere gemeenten in staat te stellen om een opdracht voor pakweg 5.000 woningen bij een aantal aannemers neer te leggen die ieder een deel bouwen. Huizen met eenzelfde basisconcept, zoals in de autoindustrie een standaardchassis voor verschillende merken wordt gebouwd. ,,Dan kun je als bouwers samen investeren in een fabriek en kostenbesparingen doorvoeren.”

U begrijpt niet waarom de woningnood niet op de politieke agenda staat?
,,Ik vind woningnood een ernstig maatschappelijk verschijnsel. Het lijkt alsof niemand daarvan wakker ligt. Het is niet zichtbaar, dat is het inderdaad. Dat die urgentie niet wordt gevoeld, daar verbaas ik me over. Wonen is nog geen grondrecht maar in een beschaafd en ver ontwikkeld land mag daar geen nood aan bestaan. Het zou alle hens aan dek moeten zijn.”

Bron: Eindhovens Dagblad